[HF20251006-1113:de-finale-destructiviteit]

Finalis heeft een blinde vlek voor zijn eigen zelfdestructieve vermetelheid. De finale luchthartigheid met betrekking tot kernbewapening behelst vooral de weigering van het besef dat de dreiging van een nucleair Armageddon elke morele integriteit ondermijnt. Dat wegkijken lijkt pijndempend, maar holt het wezen van finalis uit. Mensen die de hitte in de keuken van nabij hebben meegemaakt – zoals de Amerikaanse voormalige secretaris van defensie William Perry- kunnen zeggen dat het publiek ‘en veel van onze leiders’ geruststellende illusies koesteren over het werkelijke gevaar van kernbewapening, maar de finale slaap is te zoet. Om dezelfde reden weigert finalis ook het besef, dat de roofbouw die hij op de planeet uitoefent en zijn onvermogen om te rouwen over het massale uitsterven van soorten dat hij aanricht… keerzijden van dezelfde medaille vormen. Het wil dus ook niet tot hem doordringen dat zowel de nucleaire holocaust als de grote extinctie hem zijn eigen nihilistische aard onthult. Uit diezelfde afgrond besluipt onze held een heimelijk verlangen om erin te verdwijnen, oplossend in het niets. Finalis is immers niet levensvatbaar genoeg om te kunnen voortbestaan. Tegelijk wordt hij geteisterd door zijn onvermogen zich te onttrekken aan het systeem dat hij zelf heeft helpen scheppen en waarvan hijzelf gijzelaar, gevangene en cipier is. Dus tart hij de planeet en zijn eigen wereld om hem het definitieve bewijs van zijn zwakte te leveren. Tegen die zelfsaboterende gijzeling door zichzelf wapent finalis zich met een bijzondere variant op het Stockholm-syndroom: hij sluit vrede met zijn onmachtige daderschap, maar dat zonder zelfacceptatie, zonder zijn schaduw te willen erkennen. Tegelijkertijd weet hij zich onderworpen aan de oude hoofdwet van alle leven: alle leven in hem wil voortbestaan. Zo tenslotte, verkeert hij in een tragische spagaat die hij alleen kan hanteren door haar –sunny side up– te ontkennen. De voor ego’s aangenaam nihilistische simulatie van coolness komt hierin te hulp: het volstaat onverschilligheid te veinzen. Wie dat veinzen lang genoeg volhoud wordt ongevoelig en verliest echte betrokkenheid op de buitenwereld. In de constellatie van nucleaire en ecologische destructiviteit is die apathische houding (‘Komt wel goed’) pathologisch want in aanleg suïcidaal en dodelijk. Het aureool van coolness waarin finalis zich hult is in werkelijkheid de nimbus van een gevaarlijke gek. Het idee dat het wel goed zal komen is in de finale wereld niet alleen fatalistisch, maar onheilspellend, desastreus, en uiteindelijk fataal. Finalis is in staat mechanismen in werking te stellen die kunnen worden geduid als ‘een blender aanzetten in aquarium’ (*) met nihil kans op een terugkeer van de vissen. Er is immers vissoep besteld. Ook hier meldt zich finalis als een kampioen van de zelfsabotage.

*) De formule ‘een blender aanzetten in aquarium’ is afkomstig van socioloog Kim Lane Scheppele in The Contrarian van 15 Juli 2025


The text above is part of a preview of a book (in progress) by Leon Dessau, titled Homo Finalis.
More info on the mainpage.
Unless indicated, all imagery on this site is AI generated, prompted in 2025 by Leon Dessau
Images: creative commons / copyright on text by Leon Dessau

Posted in