[HF20251020-1113:24uurs economie_stroolicht_lichtvervuiling_slaapdeprivatie]

Met de industriële revolutie die de komst van finalis begeleidde, veranderde bedrijvigheid in onafgebroken productie. Zwoegen van de vroege ochtend tot de late avond, ooit voorbehouden aan boeren, knechten, slaven en benedictijner monniken, werd norm. Met de komst van kunstlicht werd arbeid in ploegendienst de overtreffende trap van die norm. Ritme veranderde in tempo. De grote sociale sychronisatie van ritmes met daarin vaste rituelen verdween. Vaste tijdstippen om samen te eten (goed voor gezondheid, sociale binding en levensplezier) en gedeelde rustpauzes werden ontwricht door verschillende tempi van wat later zou heten de ’24/7 economie’ en de permanente jetlag die zij kan veroorzaken. De geluidsoverlast van motoren en technisch reproduceerbare ‘muziek’ voegde aan die toestand nog verstoringen toe. Ontregeling van eetpatronen, onrust en stress door slaapdeprivatie en insomnia voegden zich bij een nieuwe normaliteit. Daarbij kwam een zelfdisciplinering die niet uitging van behoeften, maar van verboden en controle, geholpen door toenenemnde surveillance en de meer dubieuze zegeningen van de farmaceutische industrie, zoals slaap- en kalmeringstabletten. Dollen en knuffelen met gezinsleden werd quality time, beperkt tot schaarse momenten. Zoals George Bataille aantoonde aan de hand van het eerste McKinsey-rapport was één van de verliezers van deze ‘arbeidswereld’ de erotiek, die het immers altijd moet hebben van een surplus aan tijd. Geleidelijk bereikte de toestand waarin de bedrijvigheid ’s nachts doorgaat de gehele samenleving: de nacht werd het domein van het publieke vermaak zoals geboden door electronische media.
Terwijl vervuilde zeeën, bodems of luchtruimten voor veel soorten onbewoonbaar werden, veroorzaakte permanent nachtelijk kunstlicht ook schadelijke gevolgen voor het leven op aarde. Strooilicht in de troposfeer… veroorzaakte ‘lichtkoepels’ die tot wel negentig kilometer van de nachtverlichte urbane omgeving kon uitstralen. Planten, nachtelijke insecten, trekvogels en nachtdieren zoals kikkers en vleermuizen… kregen te maken met ernstige verstoringen van hun habitat. Lichtvervuiling (lichthinder) bemoeilijkte niet alleen de waarneming van de sterrenhemel, maar verstoorde ook bioritmes. En dat terwijl die hinder deels ontstond uit energieverbruik zonder noodzaak, zoals de nachtelijke verlichting van kantoren. Al in 2007 stelden UNESCO, de International Astronomical Union en de International Commission on Illumination een uitgebreid programma van maatregelen op om lichtvervuiling terug te dringen, maar het ontbrekend probleembewustzijn dat zo kenmerkend is voor homo finalis was ook op dit gebied overheersend.
Toch trad ook hier een wending op. Een voorbeeld: op 20 oktober 2025 werd de Amsterdamse dierentuin Artis de eerste plek middenin een Europese hoofstad (èn de eerste dierentuin ter wereld) die een certificaat ontving van DarkSky International, een Amerikaanse organisatie die zich wereldwijd inspant voor het behoud van de nachtelijke duisternis op aarde. Ook dit is een teken dat de vanzelfsprekendheid van de heerschappij van homo finalis geleidelijk ten einde begint te lopen.

Posted in