
[HF20251020Europa_tussen_utopie_en_dystopie]
Anders dan in andere beschavingsmodellen ging het Europese beschavingsmodel in kern steeds over verandering (transitie en metamorfose) en het Europese begrip van de hier beschreven finale kwestie is steeds geweest: kunnen we in de keuze tussen verandering of behoud beide principes tegelijkertijd handhaven? Europa heeft steeds zowel faraonisch als ovidiaans willen zijn: elke verandering hunkert immers naar het onveranderlijke. Homo finalis begrijpt die kwestie heel goed, als hij haar bespeelt met typisch Europese ironische stijlfiguren als voorgewende nostalgie (noem het folkloristisch poseren met traditie, zonder echt in traditie te geloven) en in zwakkere vorm de Italiaanse kaart trekt, omdat hij wil veranderen om niet te hoeven veranderen. Want dit is de pijn van finalis: hij weet dat hij gedoemd is te verdwijnen, maar hij wil zelf acteur zijn in dit proces, en ook het besef ervan ten volle ondergaan, zijn eigen verdwijnen genieten. De grote dwaasheid van finalis is, dat hij op dit gebied vreest voor de stalen engel, een oorspronkelijk door-en-door Europese fantasie
[wordt in een ander fragment vervolgd]