**[**HF20251022-1113:finalis_als_zombie(1)]

De finale wereld is tijdelijk, maar finalis wenst haar niet waar te nemen als tijdelijk. Hij neemt zijn wereld niet waar als van voorbijgaande aard, maar als geheel losgezongen van de tijd. Finalis heeft niet eens de tijd om oude huizen gepaste eer te betonen voordat hij ze verlaat. Zelfs als ergens als vanzelf rust zou moeten heersen, zoals in parken, verjaagt finalis die rust met herrie en jachtigheid. De grote onrust in finalis wordt voortdurend gevoed door zijn besef dat hijzelf tijdelijk is. Dat besef staat ver af van een sereen besef van de aanwezigheid van de dood. Finalis, de ondode, vraagt zich namelijk af of hij wel werkelijk leeft.
Finalis is de galeislaaf en schipbreukeling van zijn eigen wereld, een wereld die zich architectonisch voordoet als iets tussen galeien en schipbreuk. Zijn angst om als opvarende te eindigen op een laaggelegen atol of zandbank is groot: daar, tussen het wrakhout, wacht hem slechts de dictatuur die hem bedreigt met haar overtreffende trap, de regelloze toestand, de oorlog van allen tegen allen. Precies die angst belet hem om werkelijk vrij te zijn en werkelijk te leven.

Posted in