[HF20251024-1102:Finalis_als_dompteur_van_het_ongerijmde]

Wat onderscheidt homo finalis van ‘de moderne mens’?
De historische ondersoorten van de antieke en klassieke mens worden bepaald door een traditioneel stelsel waarin de mens opgroeit en leeft als slaaf, ambachtsman of knecht, boer, krijger, priester of aristocraat. De moderne mens vervangt die orde door een nieuwe, ‘moderne’ orde: de arbeider, ingenieur, agrariër, dienstplichtige, psychiater en manager, en tenslotte de aandeelhouder, chef en celebrity. Hun leven staat in het teken van de geschiedenis. De moderne mens ziet zichzelf als een bekroning van de wereldgeschiedenis en hangt niet langer een religieuze heilsgeschiedenis aan, terwijl finalis eigenlijk al verder is, en zichzelf niet eens meer legitimeert, al zeker niet met een beroep op de geschiedenis. Finalis bevindt zich al in de posthistorie: hij zet de historische feiten naar zijn hand en reduceert de historie tot een grabbelton om een story over zichzelf of het ‘eigen’ collectief te produceren, terwijl het historische proces bezig is een doorbraak te forceren naar een geheel andere historische realiteit.
Tegelijkertijd draagt hij een metafysische signatuur: hij is de producent van zijn eigen noodlot en van zijn eigen wereld, ook dan wanneer dat niet het geval is. Zijn aanpassing aan de historische en technologische werkelijkheid is er een van instrumentalisering: de technologie en de kunsten die zijn wereld vormen, worden aangepast aan zijn verhaal, in plaats van andersom. Hij voegt zich niet naar de geschiedenis, maar de geschiedenis heeft zich naar hem te voegen. Finalis plaatst zichzelf dan ook in het middelpunt van de dingen, ook al betaalt hij daarvoor de prijs van het afscheid van historisch richtingsgevoel. Voor dat laatste dienen immers allereerst de echte historische feiten onder ogen te worden gezien. De posthistorische regressie van homo finalis zet de historische ambities van ‘de moderne mens’ permanent onder druk. Hun onderlinge spanning doemt niet alleen op in ‘uitgevonden tradities’ en in nationalisme, imperialisme en racisme; ze zijn in historische zin ook opgelost in de collectivistische deliriums van Ernst Jünger (Der Arbeiter, 1921), Alexander Zinovjev (Homo Sovieticus, 1991) en Wang Huning (America against America, 1991). Anders dan ‘de moderne mens’, die geïnteresseerd is in zijn plek in het universum en de wereldgeschiedenis, staat finalis daarbuiten: hij instrumentaliseert de geschiedenis en zijn plek in de wereld, desnoods door (zoals Jünger, Zinovjev en Wang) op te treden als dompteur van het ongerijmde, omdat zij voorbijgaan aan de authenticiteit van het kapitalistische individualisme, dat grondt in een religieus fundament (zoals beschreven door Max Weber) en de antropologische blauwdruk van traditionele familieverhoudingen die in Noordwest-Europa (later door de VS overgenomen) strikt individualisme mogelijk maakte (zoals beschreven door Emmanuel Todd).
Zowel ‘de moderne mens’ als finalis vinden zich dan ook in een historisch mentaal gewricht dat geheel lijkt te zijn ingericht op het koppelen van ongerijmheden, het stapelen van reparaties op adaptaties.
Waar de klassieke mens zijn hoogste gestalte vindt in de barok, dat met z’n perspectivisch spel en doodscultus het menselijk individu in het middelpunt plaatst, daar zijn ‘de moderne mens’ èn finalis aan hem schatplichtig, terwijl beiden zich vormen als aanpassingsmodus tegenover de overweldigende, revolutionerende krachten van de technologie. Waar de barok de technologie uitdaagt als onderdeel van de kunsten (en ‘filosofie’) zijn homo finalis en ‘de moderne mens’ bezig het gewicht daarvan te dragen. De ‘moderne mens’ draagt de nieuwe tijd als juk, terwijl finalis eenvoudig wegkijkt en doet alsof – bijvoorbeeld doet alsof het allemaal om hem persoonlijk gaat. Finalis is dan ook de laatste metafysische mens. De persoonlijke dood, het laatste bolwerk van de metafysica, is voor hem de ultieme en absolute vorm van zijn diepste geheime kern, namelijk dat hij zichzelf als het absolute en unieke centrum van het universum ziet en ervaart. Alleen onsterfelijkheid kan die visie verankeren, en uiteraard is de technologie slechts een middel om dat te doen. Of het nu gebeurt door invriezen (cryonics) of door het uploaden van in de hersenen opgeslagen informatie (transhumanisme): de wereld staat ten dienste aan het ego, niet andersom.

Posted in