[ HF20251007identiteit_nihilisme_en _gekrenkte_trots]

Identiteit begint vaak met de acceptatie van de versie of rol die het individu opgedrongen krijgt door een gemeenschap. De acceptatie van iemands feitelijke individuele identiteit door het individu in kwestie is van een andere orde. Persoonlijke zelfacceptatie krijgt alleen ruimte als een gemeenschap bereid is die te geven en afziet van het preventieve conformisme dat sociale verwachtingen verandert in een sociale druk. In dit licht is de omgang van finalis met identiteit merkwaardig. De zogeheten identiteit is voor finalis de hefboom waarmee hij zichzelf loswrikt van de wereld en de geschiedenis van de wereld, in plaats van een middel om zichzelf te begrijpen als een acteur tussen die existentiële grootheden. De finale identiteit is een zelfgenoegzame, op radicaal subjectivisme (of noem het schaamteloze zelffelicitatie) gebaseerde isolatie die naadloos past bij de wrijvingsloze positie die door de finale mens wordt nagestreefd. De ander staat buiten, wat betekent: ‘in de cultuur van dit moment is het ontoelaatbaar en beledigend om te veronderstellen dat wij onszelf mogen binnenlaten in een wereld die niet de onze is.’ [*] Voor de achterblijvers in de finale wereld, en dat is het grootste deel van de mensheid, resteert weinig meer dan de valkuil van de gekrenkte trots. Waar finalis geen trots nodig heeft omdat hij botweg de feiten voor zich kan laten spreken, daar wordt van de achtergeblevene of buitenstaander verwacht dat hij zich belachelijk maakt met slachtofferschap en gekrenkte trots, met geweeklaag over al het moois dat hem ontnomen is. Finalis kan dat tamelijk kostenloos afkopen met vertoon van gespeelde, niksige empathie, en daar ook nog groots op gaan, zichzelf nogmaals feliciterend met zoveel grootmoedigheid. Daarvoor moet hij dan wel de eigenheid van de achtergeblevene erkennen, terwijl de finale mens geen enkele eigenheid erkent. In dat laatste heeft finalis wreed gelijk: de achtergeblevene wil exact hetzelfde als finalis, maar dan voorzien van eigen veren, de eigen tribale lijfsgeur. Hij herkent zijn publiek geafficieerde identiteit niet als etalage van gekrenkte trots, maar toont zichzelf nota bene trots als slachtoffer van zijn krenking. De finale buitenstaander en achtergeblevene is in die zin dubbel slachtoffer: van de onbegrepen ander die finalis is, en van zichzelf als ondersoort van dezelfde homo finalis.

*) Katherine Flemming, geciteerd in: Interview met Bas Blokker, NRC Handelsblad 13 juni 2023

Posted in