– finalis als escapist

[20251105:op-de_vlucht]
Niets dwingt De Laatste Mens om serieus te worden. Dat is gunstig voor Homo finalis, die vreest serieus te worden genomen en vreest zichzelf serieus te moeten nemen. Vandaar zijn voorliefde voor de markt en het carnaval der identiteiten. Vandaar zijn omhelzing van de camp en etnokitsch. Vandaar ook, het zich hullen in religieuze, traditionele versierselen (zogenaamd om zich als individu te onderscheiden, in werkelijkheid uit de angst om niet bij een specifieke groep te horen) zonder zich werkelijk te verdiepen of onder te dompelen in de achtergronden ervan, of zich over te geven aan het schuren van de fricties die zulke anomalieën opleverden met een historische werkelijkheid die de maskerade al lang achter zich gelaten heeft. De werkelijke wereld kent deze klant: het verteld hem dat hij keizer is, en laat hem beslissen over volledig irrelevante uiterlijkheden, zoals de draad en kleur van de zoom van zijn kostbare keizerlijke mantel. Finalis meent dat daar zijn grote vrijheid ligt: hij meent dat hem een keuze wordt gelaten. Det genot daarvan noemt hij keuzestress. Zelfs als hij zijn artikel in alle kleuren mag kiezen, als het maar zwart is, meent hij dat het kunnen denken van de mogelijkheid al vrijheid is. Onbekend is hem de vrijheidsdrang die vragen oproept over onderliggende keuzes – zelfbetwijfeling is niet des finalis. De keuze die aan de keuze voorafgaat zal door de Laatste Mens nooit worden gezien, om de eenvoudige reden dat hij geen werkelijke doelen erkent, en dus ook over geen richting. Zijn geluk wordt immers gedefinieerd door het ontbreken van werkelijke doelen – dat noemt hij geluk. Het finale geluk is nergens heengaan. Er is alles te zeggen voor richtingsloos dobberend geluk dat gelegen is in het ontbreken van een doel (doelloosheid is werkelijk een zaak van grote schoonheid) maar waar grootse doelen of de bewuste, feestelijke viering van het nihilisme ontbreken, wordt het een andere zaak. Anderen zullen dan het doel bepalen. Dat maakt finalis tot de slaaf die niet eens de eigen slavernij ziet: een slaaf die zich keizer waant. Hij wordt bezocht door de wereld, die hem gebruikt en aan hem voorbij trekt, maar opgesloten in zijn anomalieën en de waan van zijn keizerschap ontgaat hem dat, en trekt hij als blind werkpaard de zegekar die hem naar een onbekende bestemming leidt. Iets in de Laatste Mens weet dat, en leidt zijn gevoelens vanuit de doelloosheid (en de keuzestress) naar de pijnlijke sensatie van richtingloosheid, en vanuit dat laatste in de onmacht van de slavernij, en tenslotte in de rancune tegenover de macht die hij zelf niet bezit. De finale slavenopstand is dus een opstand tegen een slavernij die eerst zelf gekozen werd – en is gedoemd te mislukken omdat men geen meester over zichzelf wil worden. Finalis wil wel uit zijn zelfgekozen slavernij, maar weet niet in welke richting hij weg moet komen om voorgoed met zijn ketenen te breken. Dus laat hij zich vertellen in welke richting hij moet vluchten. Geplaatst tegenover het echobos van dat verlangen hoort hij maar één parool: vluchten. Het doet er niet toe waarheen, zo lang het maar vluchten is. Ziedaar de finale vlucht: elke bestemming is goed genoeg, zo lang als het maar tijdelijke bevrijding verschaft. Eeuwig op de vlucht (uiteindelijk voor zichzelf) hanteert finalis de vrijheid als een junk: hij inhaleert krachtig, en misschien nog een keer en nog eens, om tenslotte opnieuw terug te keren naar de situatie die hem naar die kortstondige bevrijding deed hunkeren. In werkelijkheid vreest hij de vrijheid waarvan hem geleerd is dat die gevreesd moet worden. Om een dier in slavernij te brengen heeft men immers maar twee zaken nodig: voer en angst. Zijn vlucht heeft nòg een reden: de finale slaaf kan niet anders, dan ontkennen dat hij ketenen draagt. Dus draagt hij goud, draagt hij opzichtig zogenaamde eigen keuzes, en andere teken van een zelfliefde die hij uitbundig lijkt te vieren. Hij draagt groot zelfvertrouwen en grote zekerheid uit – weet hebbend van zijn lidmaatschap van zeer grote kuddes. Zelftwijfel zal de Laatste Mens nooit toelaten, omdat zijn pose het niet toelaat. Immers: het zelfrespect dat in staat is om zelftwijfel te dragen, verdraagt op zijn beurt de pose niet. Zelftwijfel zou hem tenslotte veroordelen tot vrijheid en denken, dat wil zeggen zaken waarvoor finalis eeuwig op de vlucht is. Zijn tragiek: hij vlucht uit lijfsbehoud. Tegenover de wereld die op hem afkomt is hij immers weerloos. Hij weet niet eens wat op hem afkomt, maar vreest het ergste, namelijk de ondergang van zijn wereld.