de poreuze container

[20251104:de_finale_pose(1)]

Finalis ziet zichzelf als een drager van individualisme, materiële welvaart, efficiëntie en technologische vooruitgang. In werkelijkheid is niets minder waar. Zijn individualisme is grotendeels confectie, terwijl zijn welvaart en efficiëntie worden bespot door zijn aanhoudende ontwrichting van de complexe ecosystemen die het leven op aarde dragen. Bovendien profiteert finalis van technologische vooruitgang, maar steunt haar nauwelijks, want liever is hij nostalgicus, wat vooral ontwrichtend tot uiting komt in het aanhangen van tribalisme. Vanaf de ‘bestorming van de Bastille’ (een schijnvertoning om te maskeren dat het om een belastingopstand ging*) leeft finalis op een door bedrijven en overheden geserveerd informatiedieet dat te weinig wordt bijgestuurd door onafhankelijk journalistiek en wetenschappelijk onderzoek, de misschien wel belangrijkste dragers van de rechtsstaat en het democratisch zelfbegrip. Dat hij in die situatie ten prooi valt aan de verhandeling van zijn data en verstrikt raakt in een algoritmisch web waarvan hij de werking niet kan kennen of doorgronden, maakt hem tot een ingevangen wezen dat niet weet welke kerkers zich om hem heen sluiten. Hij voelt zich bespioneerd, maar weet niet door wie, want de wie is een wat.
Die constellatie botst heftig met het gegeven dat finalis alles op zichzelf betrekt en overtuigd aanhanger is van de menselijke neiging om alles te personaliseren. Iets als een iemand zien, dat lijkt de wereld eenvoudiger te maken. Die dubbele neiging (alles op jezelf betrekken, alles personaliseren) verstrikt finalis in zijn neiging tot doen alsof, zichzelf waarnemen via de ander. Waar alle mensapen dat vermogen bezitten, is finalis grootverbruiker. Als rechtgeaard kuddedier oriënteert hij zich niet aan de wereld (voor hem bühne en décor) maar aan de ander. **Zijn neiging tot poseren gaf vorm aan de verinnerlijking van de romantechniek, waarin identificatie met de optredende personages de crux is. Maar meer nog, gaf het voeding aan de vasthoudende poging om jezelf te zien als de hoofdpersoon van je eigen leven. Dat draaide uit op de navelstaarderij en zelfobsessie waarmee finalis zich onderscheidt van zijn antieke en klassieke voorgangers, die zich vooral verhielden tot hoe ze waren ingebed, in het hen omringende. Die mentale houding van finalis maakt zich kenbaar in een pathetisch egotisme, dat zich kan uiten als een ‘main character syndrome’. Die houding ondermijnt het empathische vermogen en maakt dat anderen niet langer als volwaardige personen, maar als figuranten worden gezien. Het pathetische egotisme dat finalis via zijn neiging tot pose bereikt, vormt een gevaar voor finalis zelf. Alles moet authentiek en betekenisvol zijn, alles moet bijdragen aan het zelfverzonnen persoonlijke verhaal, dat immers zwaarder weegt dan de collectieve geschiedenis. Het biografische wordt dermate serieus genomen (de term curriculum vitae alleen al!) dat het historische en vitale kader het onderspit delft. Aangezien ieder exemplaar van de finale mens dit traject doorloopt, is zijn individualiteit als het ware verloren geraakt in haar eigen doolhof. Finalis ziet zichzelf niet meer, maar hij heeft een uitweg: hij wordt gezien, denkt hij. In werkelijkheid ziet zijn wereld hem alleen maar in dat aspect waarin hij bruikbaar is en verwerkt kan worden. De held van deze houding is de zogeheten influencer, die feitelijk staat voor de zelfkolonisatie van finalis. Hij is niet langer individu, maar een poreuze container van data, dader èn slachtoffer van zijn exploitatie als poreuze datacontainer.

*) De ‘Bastille’ stond al op de slooplijst, geheel anders dan de nieuwe tolhuizen van de Ledoux, gebouwd in de ‘barrière’ die Parijs omsloot.

Posted in