[HF20251007:de_finale_verinnerlijking_van_de_moraal]

Het finale tijdperk verfijnde een beschavingsmechanisme dat neerkomt op morele dwang, dat wil zeggen een verinnerlijking van de dwang die voorheen tastbaar door de machtshebber werd uitgeoefend. Het doel van die verinnerlijking was uiteraard de vrijwillige zelfcontrole en zelfbeperking ter vervanging van het werk van de tastbare dwang door – of de vrijwillige onderwerping aan – de soeverein of tiran. Met dat doel verfijnde de morele dwang zich bijvoorbeeld met het uitsluiten en bestrijden van personen die in de ogen van sommigen alleen al op grond van hun zienswijze in de fout zijn gegaan. Daarbij ging het vooral om uitgangspunten die voor een gezagdragende groep aanstootgevend zijn. Publieke veroordeling, uitsluiting, afrekening en censuur gingen daarbij hand in hand met morele zelfingenomenheid, ressentiment en rancuneuze oproepen tot vergelding. Taktieken als het verwijderen van resultaten, getuigenissen en sporen waren daarbij instrumenteel zonder dat er een werkelijk besef of grand strategy aan ten grondslag lag. Dat finalis kampioen van de dubbele moraal werd, was daarbij niet zozeer verhulde ambitie, als wel iets dat hem eenvoudig overkwam. Hij poseerde in de spiegel als moraaldier, maar raakte ook – meer dan enig menstype vóór hem – vervreemd van moraliteit, deugd en deugdzaamheid, moreel kompas en wijsheid. Moraal werd voor finalis zoiets als brandend maagzuur: iets waar je vanaf wilt, iets waar een medicijn voor moet zijn. Dus verfijnde hij de disciplinering tot een geheel van nauwelijks aanwijsbare dwangmaatregelen. Door de bril van de zedenmeester gezien maakt dat finalis tot een hypocriet en kwezelachtig karakter, maar die waarneming is volstrekt oninteressant. Waar het immers om gaat, is dat finalis ook hier weer optreedt als de overgangsfiguur die hij is, zonder dat hij zich van die positie rekenschap aflegt tegenover zichzelf.

Posted in