Finalis denkt de wereld te kennen

[HF20251117:de_finale_wereldvreemdheid]

Als de ene God-Schepper een komisch genie is, had de eindmens de kroon op zijn schepping kunnen zijn, want diens genotzucht is zonder geestdrift, dus zonder extase. Finalis geniet omdat het moet. Zijn hoogste doel en streven is immers ‘het geluk’, maar wat stelt dat voor als het niet geconsumeerd kan worden? In die geestesgesteldheid gaat finalis aan de slag: genieten is hard nodig en hard werken. Finalis is een mensentype die zichzelf banaliseert en laat afstompen omdat de inspanning om aan de banaliteit te ontsnappen (de geweldige prestatie van de 17de-eeuwse Hollandse schilderkunst, neem bijvoorbeeld Adriaen Coorte of Frans Hals) te veel pijn doet, te veel zelfverachting vraagt. Dus gaat hij banaal en afgestompt door het leven. De bevrijding door spot voelt hij niet meer, want hij spot met alles, maar dat zonder zelfspot. Dat heeft hij niet goed door en dat maakt het nog erger. Toch meent hij zijn best te doen, finalis is immers hard bezig te ontsnappen aan zichzelf. Aldoor bezig om niet tekort te schieten, aan zichzelf voorbijlopend, loopt hij ook aan de wereld voorbij. Toch houdt de Laatste Mens zichzelf voor de wereld wel te kennen. En niets is minder waar. Hij kent immers zelfs zichzelf niet. De wereld is wat hem bekend voorkomt en voorbij de grenzen van het bekende en de zelfbevestiging durft hij niet te vragen, kan hij niet vragen, uit angst voor wat hij daar en in zichzelf tegenkomt. Geen oppervlakkiger mensentype dan homo finalis. Hij zwelgt in oppervlakkigheid en dat niet uit Coorte-achtige of andersoortige diepzinnigheid die voortvloeit uit een liefde voor de wereld (amor mundi), integendeel. Zodra finalis diepzinnig denkt te worden, toont hij zijn onthutsende mentale armoede en een moedwillige, schadelijke domheid. Op het laagste niveau wordt hij het middelpunt van de wereld en verwart hij zweven met klimmen, astronomie met astrologie, sociologie met complottheorie, trots (die tot zelfkritiek in staat is) met de lange tenen van een ijdele niet-ontvankelijkheid voor kritiek. Op het hoogste niveau verraad de oppervlakkige mens zich in een ridicuul begrip van kunst, hij brengt zelfs niet de zelfverachting op om op dat gebied het hoofd te buigen, want hij betrekt alles op zichzelf. Wat hij niet begrijpt is zijn smaak niet en hij waant zich daarbij klant, want het gaat om dingen of diensten. Kunst is voor de Laatste Mens franje, welbeschouwd overbodig en hoe dan ook wereldvreemd – wat schril licht doet schijnen op zijn eigen wereldvreemdheid. Hij verpakt zijn wereldvreemdheid als diepzin, en beledigt daarbij de intelligentie. En toch verdraagt finalis het niet om patjepeeër, patser of mentale pauper genoemd te worden.
Hij is immers Koning Klant. Spinoza kon nog menen dat al het voortreffelijke even moeilijk als zeldzaam is, maar voor finalis wordt het voortreffelijke gekenmerkt door het gemak waarmee hij de dingen tot zich kan nemen. In de film The Matrix uit 1999 heeft men de keuze tussen een blauwe en een rode pil. De rode doet ontwaken in de harde, maar echte werkelijkheid. De blauwe pil biedt verdoving, de troost van de leugen. Koning Klant hoeft niet lang na te denken. Als het daarbij zou blijven, was het nog onschuldig, maar finalis gaat verder. Onder de druk van nieuwe media is hij bereid om duidelijke onzin (zoals de QAnon–complottheorie) als realiteit te accepteren, juist omdat het bizarre voor finalis kenmerkend is voor wat hij niet begrijpt, terwijl hij de wereld toch kent.
Wat finalis wereldvreemd maakt, is dat hij denkt de wereld te kennen.

The text above is part of a preview of a book (in progress) by Leon Dessau, titled Homo Finalis.
More info on the mainpage. Unless indicated, all imagery on this site is AI generated, prompted in 2025 by Leon Dessau
Images: creative commons / copyright on text by Leon Dessau

Posted in