de verdoemde steden van homo finalis

[HF20251207-13:urbane_fata_morgana]
Het finale niemandsland is nergens ter wereld volkomen afwezig, maar bezit op bepaalde plekken een verhevigde fysieke aanwezigheid. Nagenoeg perfect is die aanwezigheid juist daar waar een verstandig mens het nooit zou verwachten. Wie finalis echt wil leren kennen, bezoekt de hoofdsteden van zijn niemandsland, ingeklemd tussen zee en woestijn. Dubai, Doha en Abu Dhabi zijn urbane fenomenen die imponeren als de echo’s van echo’s van elders historische gegroeide steden – een holle resonantie die ook te vinden is in Las Vegas en Macau. Het is niet dat men in deze steden vergeten is waar de echo’s vandaan komen. De herkomst van de dingen doet er eenvoudig niet meer toe, en dat moet luid worden verkondigd. De nieuwe steden (het zijn geen steden, maar urbane fenomenen) teren slim in op een wereld die draait op het verbranden van fossiele olie, door zich toe te leggen op de bijkomende handel en infrastructuur. Ze promoveren elk urbaan utopisme en zijn vergeleken met hun historische voorgangers onleefbaar en volkomen afhankelijk van een fossiel arrangement dat op langere termijn weinig levensvatbaars belooft. Maar dat is juist de fun.
De bezoeker dient identiteitsloos en dus geheel naakt aan te komen, en hij of zij zal in dezelfde conditie vertrekken. Iedereen is er niet méér waard dan het geld dat hij of zij meebrengt, en in die zin is iedereen er naakt. Er kleeft dus ook een aantrekkelijke heroïek aan deze ‘steden’. Ze lijken op luchtspiegelingen.
Anders dan de oeroude nederzetting Sharjah, dat in de buurt ligt, begon Dubai als een onooglijk dorp, opgetrokken uit leem en modder, aan een kreek die vanaf de Perzische Golf landinwaarts voert.
Het veranderde in één generatie tijd in een finale stad. Anders dan de omringende landen ontwikkelde het gelijknamige emiraat zich niet als oliestaat, maar als hub in fossiel gedreven handel en transport, vooral in de vorm van luchtvaartverkeer. Het licht rond de luchthaven is er permanent zilvergrijs en verhult de zon, omdat het fijnstof uit de woestijn, steeds in beweging gebracht door het vliegverkeer, telkens weer de lucht bezwangert. Het hart van die wereld wordt gevormd door de eindeloze wacht- en winkelruimten op de luchthaven, dag en nacht bevolkt met een intercontinentale nomadenstam die er consumeert, winkelt en openlijk onderuit gezakt in slaap gevallen is. Spiegelende zuilen, kunstmatige watervallen en nep-palmen scheppen er de verraderlijke idylle van een reëel existerende dysto-utopie.
Het oude vissersdorp zelf veranderde in het megalomane project Dubai World Central: het grootste winkelcentrum en de grootste golfbaan ter wereld, maar ook ’s werelds hoogste wolkenkrabber (‘Dubai’s shining dream’, niet rechtstreeks aangesloten op een waterzuiveringsinstallatie) en het grootste vliegveld, het grootste overdekte skihal, het grootste… In dat niemandsland van finale superlatieven, bekostigd door handel in fossiele brandstof, gebouwd en onderhouden door onderbetaalde werkkrachten uit Pakistan en de Filippijnen, schiepen de Emiraten met behulp van Hollandse baggeraars het eigenlijke superlatief: ‘The World‘, een verzameling kunstmatige eilanden voor de kust, omringd door de Perzische Zee. Het werd aangelegd om de internationale nouveau riche een belastingtechnische variant op een bewoond volkstuinhuisjescomplex te bieden. Een van de hoogtepunten van die vastgoed-archipel aan de rand van de woestijn was de ‘Snow Room‘ van het ‘Sweden Beach Palace‘ op ‘Europe Island’. Het is een plezier in zwendel zoals die ook geëtaleerd werd aan de Strip van Las Vegas, en ook hier is water het meest in het oog springende probleem. De planeet zal waarschijnlijk korte metten maken met deze grap, omdat het juist de fossiele economie de planetaire grondslag van de urbane fata morgana draagt. Niet alleen zijn de zomers er extreem heet en vochtig, terwijl het er winderig is en ’s nachts maar weinig afkoelt; de gehele regio staat te boek als één van de eerste plekken op aarde die onleefbaar zal worden als de klimaatverandering doorzet. Nog herbergt het ’s werelds hoogste hotel, Ciel Tower, moeiteloos zestig meter hoger dan de Eiffeltoren en opvallend slank en elegant, genesteld in een groep van wolkenkrabbers, maar de keerzijde van het vertoon is dat Dubai even moeiteloos zijn schaduw verbergt, waaronder een aandeel in de gaande genocide in Soedan. Die innerlijke tegenstelling tekent alle ‘hoogtepunten’ van de wereld van finalis, een poseur pur sang. Finalis waagt graag een gok, maar de roulette-tafel is tegen hem.
The text above is part of a preview of a book (in progress) by Leon Dessau, titled Homo Finalis.
More info on the mainpage.
Unless indicated, all imagery on this site is AI generated, prompted in 2025 by Leon Dessau
Images: creative commons / copyright on text by Leon Dessau