totale mobilisering, biopolitiek, staatsschuld, en de omwaardering van alle waarden

[HF20260112:totale_mobilisering]

Uit de ideologische titanenstrijd van de 20ste eeuw trad de ideologie van het fascisme uiteindelijk zegevierend tevoorschijn. Het redeneerde immers vanuit de eigen (al dan niet vermeende) kenmerken en politiseerde het verschil op grond van die kenmerken. Die politisering ging uit van het idee dat elke gemeenschap bepaald wordt door economie en gekrenkte identiteit: het gemeenschappelijke moet worden opgevat niet als meent (het gemeenschappelijke bezit), maar als bepaald door identiteit.
Alle strijd gaat daarbij niet over de feitelijke meent, maar over fictieve identitaire kwesties. Economie is daarbij een erkenning van identiteit, want reparatiemiddel bij krenkingen. Carl Schmitt, de rechtsfilosoof van het nazisme, herdefinieerde het politieke bedrijf in 1932 aansluitend in termen van vijandschap, niet in termen van collectief eigendom. Dat wil dus zeggen: als identiteit de grondslag voor het recht en het politieke bedrijf is, dan is elke verstoring daarvan een vijandige daad, maar het ontvreemden van het collectieve eigendom is dat niet. Die identitaire lijn beantwoordde de leegte en het gebrek aan richtingsgevoel en geborgenheid dat het fascisme eigen was, en bevredigde een typisch kenmerk van homo finalis. Het beantwoordde die leegte met een nieuwe, nu absoluut duidelijke en obscene leegte, namelijk het vacuüm van de markt. Het identitaire denken werd daarmee ook de horizon en het verdwijnpunt die Nietzsche al voorspeld had: een totale ontwaarding van alle waarden, een zegetocht van het nihilisme. Het slachtoffer is de held van die leegte en tegelijkertijd werd het slachtofferschap zelf slachtoffer van die leegte. Hier moet een monument worden opgericht voor Kishi Nobusuke, die in 1957 premier van Japan werd, uiteraard onder Amerikaanse bescherming. Aanvankelijk verantwoordelijk voor oorlogsindustrie en slavenarbeid, was hij onder het tandem van generaal Tojo en keizer Hirohito een zelfverklaard nationaal-socialist. Hij ontpopte zich later tot een opportunist die zichzelf, onder andere met geld van misdaadsyndicaten, opnieuw kon uitvinden. Zijn partij (Jimintō) zou in de periode 1955-2009 bijna onafgebroken veertig jaar aan de macht blijven. Kern van de bedreven politiek was het installeren van een permanente oorlogsindustrie in vredestijd, niet ten dienste van de militaire productie, maar een civiele. Ook dit is een aspect van de totale mobilisatie waarin finalis zichzelf meeliet slepen. Staten begonnen zichzelf in toenemende mate als economische entiteiten te definiëren, waarbij hun feitelijke inkomstenbron, die bestaat uit belastingheffing, in toenemende mate verborgen werd achter een definitie waarin de staat namens internationale bedrijven optrad. Tegelijkertijd werd de staatsschuld in toenemende mate verrekend met de te verwachten opbrengst uit het geheel van de productiviteit die in een land werd verricht – een uitvinding op het gebied van de politieke economie die, meen ik, afkomstig is van de nazi-minister van economische zaken Hjalmar Schacht. Natiestaten begonnen zichzelf dus te definiëren als bedrijfsconglomeraten, terwijl dezelfde conglomeraten internationaal optraden met ondersteuning van dezelfde natiestaten – een ontwikkeling waarin Groot-Brittannië aanvankelijk vooropliep, aanvankelijk door de East India Company, later theoretisch gefundeerd door Malthus (bekleder van een leerstoel ‘economie’ aan het opleidingsinstituut van de compagnie) die de macht van de koppeling tussen conglomeraten en natiestaat uitbreidde tot het domein van de biopolitiek.
Homo finalis zou uiteindelijk intiem kennismaken met dit aspect van zijn wereld, doordat zijn leefwereld in toenemende mate gekoloniseerd werd door biometrische identificatie en aansluitende surveillancetechnologieën. En dat was slechts een onderdeel van de intieme verstrengeling van de burger met zijn staat. Die verstrengeling kreeg ook een dwingend biografisch aspect in de vorm van de nationale overheidsschuld. Voorafgaand aan de pandemie-lockdowns van 2020 bedroeg de nationale schuld van de Verenigde Staten afgezet tegen het jaarlijkse GDP ratio 106%. Ter vergelijking: Italië was goed voor 133 %, Japan voor 237 %. Een op de tien dollars die Amerikanen aan belasting betaalden ging rechtstreeks naar de afbetaling van rente op de overheidsschuld. Amerikaanse huishoudens hadden tezelfdertijd zo’n 14 biljoen (‘trillion’) dollar aan schuld uitstaan, waarvan ruim een tiende aan studieschuld. Worden de nationale en individuele schulden in een mandje gegooid en verrrekend met spaartegoeden, dan had het gemiddelde Amerikaanse huishouden in 2020 nog altijd rond de honderdduizend dollar aan schulden open staan.

The text above is part of a preview of a book (in progress) by Leon Dessau, titled Homo Finalis.
More info on the mainpage.
Unless indicated, all imagery on this site is AI generated, prompted in 2025 by Leon Dessau
Images: creative commons / copyright on text by Leon Dessau

Posted in