19 januari 2026

[HF20260119:leren-genieten-van-finalis]
Het hoofdwerk van Maimonides zag het licht rond 1190, het jaar dat Richard Leeuwenhart zich inscheepte voor de Derde Kruistocht ter bevrijding van het Heilige Land. De hebreeuwse titel More Nevuchim werd in de eerste Engelse editie, uit 1881, vertaald als ‘Guide for the Perplexed’
Daarin merkt de geleerde op, dat alle geboden en verboden van de joodse leer, de mitsvot, berusten op de wijsheid van God, maar dat sommige (de mischpatim) makkelijker te begrijpen zijn dan andere.
Wat die laatste categorie betreft (de chukkim) meent Maimonides dat de moeilijkste verstandelijk onbegrijpelijk zijn, maar niettemin uitgaan van Gods wil. Ze bevinden zich dus voorbij de grens van ons kenvermogen, dat ze desondanks kan accepteren als van God, gesteld dat ze als zodanig aanvaard worden. Tot die beproevende categorie behoort de mitsvah over de Rode Vaars, waarin het gaat om het verkrijgen van een middel voor rituele reiniging. Het bloed- en brandoffer van een rode vaars, dat wil zeggen een vrouwelijke roodharige koe ‘dat nog nooit een juk gedragen heeft’ en zelfs geen anderskleurige haren mag dragen, treedt in dit religieuze gebod op als ingrediënt van een reinigingsmiddel tegen verontreinigingen die ontstaan zijn door contact met een lijk.
De onderliggende aanname is, dat alleen wie rein is, tot God kan komen en Zijn genadige aanwezigheid (sjechina, inwoning) kan ervaren, wat op zelf weer een uitdrukking is van een strikte religieuze scheiding tussen wat heilig en onheilig is, begrepen als het verschil tussen wat rein is, en wat onrein; wat levend is, en wat dood. Dat die scheidslijn verdedigd kan en moet worden door een ingrediënt in een ritueel reinigingsmiddel dat afhankelijk is van moeilijk te bevatten, pietluttige kwaliteiten (nog nooit een juk gedragen hebben; een geheel rode vacht zonder anderskleurige haren) duidt op zichzelf al op de onbevattelijkheid van de goddelijke natuur: de esthetica van wie of wat de aanbeden God nu werkelijk is, gaat het menselijk verstand teboven. Niet alleen de diepste grond van de scheidslijn tussen leven en dood blijft dus verborgen, maar ook het waartoe van de gehele geschiedenis.
Precies hier begint het heimelijke, verheimelijkte geloof van finalis, en zijn excuus om de scheidslijn tussen leven en dood (voor zover die al bestaat) niet in elk opzicht te willen doorgronden: finalis neemt zichzelf immers waar als de vervulling van het waartoe. Hij is zelf het eindpunt en de reden van de hele geschiedenis. De diepere oorzaak hiervan wordt gegeven door de omstandigheid, dat zijn wereld leeft op een eindige hoeveelheid fossiele brandstoffen, en dus zelf afhankelijk is van het planetaire kapitaal dat werd opgebouwd door een onvoorstelbaar grote hoeveelheid voorbije levens. In dat brandoffer bewierrookt finalis zichzelf. De formule 1 levert tot op de dag van vandaag zijn hoogste eredienst: monsterlijk lawaai, adembenemende snelheid, duivelse risico’s, en dat alles bij de gratie van de verbrandingsmotor, en het racecircuit zelf, een onderwereldrivier van aardhars.
Bescheiden monumenten voor deze cultus werden geleverd door de Amerikaanse beeldbouwer en schilder Frank Stella, die zo’n drie decennia lang op Manhattan werkte in het pand van een voormalige veiling voor paarden, gebouwd in een tijd dat er nog zo’n honderdduizend werkpaarden in New York rondliepen, en het paardenmestprobleem gigantisch was.
Stella hield van de formule 1 races. Als ergens intensiteit-op-niks-af verwart kan worden met urgentie, is het daar (of in vuurwerk) en Stella voelde dit wonderwel aan als het centrale en dus fascinerende drama van zijn tijd. Onder zijn meest feestelijke werken behoren op de formule 1 geïnspireerde werken die eruit zien als vrolijk ruimteschroot, tegen de wand gecrashte formule 1 bolides. We kunnen ook van homo finalis leren genieten, als we onszelf de kans geven. Want hij is gedoemd te verdwijnen.
De Britse autocoureur Max Mosley had gelijk toen hij in 2006 stelde dat de formule 1 niet zal verdwijnen, maar opgaan in een ‘groene’ toekomst waarin de wedstrijd om snelheid veranderd in een wedstrijd om de zo laag mogelijke prijs van snelheid. Tot die tijd kunnen we ons vermaken met een enorm circus dat onder meer beschikt over een divers assortiment van clowns.
The text above is part of a preview of a book (in progress) by Leon Dessau, titled Homo Finalis.
More info on the mainpage.
Unless indicated, all imagery on this site is AI generated, prompted in 2025 by Leon Dessau
Images: creative commons / copyright on text by Leon Dessau