2026 januari 20


[HF20260121:finalis_als_nostalgicus]

Vogels vliegen niet als het lang regent. Finalis, opgeschrikt door de onherbergzaamheid van zijn wereld, denkt daar anders over als hij zichzelf als een vrije vogel denkt. Hij is de verjaagde vogel op de vlucht in de regen. De rustige plek die hij achterliet denkt hij als het nest waar hij thuis was. Die nostalgische fantasie meldde zich voor het eerst in het proefschrift van de Zwitserse arts Johannes Hofer, toen hij in 1688 de term nostalgie (Gr.: thuiskomst + pijn) bedacht ‘om de trieste stemming te definiëren die voortkomt uit de wens om terug te keren naar de vertrouwde plek die men achterliet’. Het was de toestand van de gehospitaliseerde soldaat die wegkwijnt aan zijn verlangen om terug te keren naar huis, daarbij zijn eetlust verliest, koortsen krijgt en tenslotte sterft. Halverwege de twingtigste Eeuw onderging de term een verandering. Nostalgie werd een romantisch terugverlangen naar een verleden dat nooit bestaan had, wereldwijd verspreid als een aandoening die verbonden werd met collectieve en individuele zelf-stilirisering. In de nostalgische fantasie kon finalis eindelijk wegvluchten voor zichzelf, en voor de wereld die hij om zich heen gecreëerd had. Hij kon zijn slechte geweten tegenover het moderne (zijn tijd) accepteren, door schaamteloos in de fantasie van een voorbij tijdperk dat nooit bestaan heeft weg te kruipen. Daarbij ging het om verschillende vormen van een schaamteloosheid zonder zelfverachting. De brutale schaamteloosheid van de moderne nostalgicus is brutaal door het volstrekt ontbreken van zelfverachting en empathie, en schittert dus door een slechte smaak die niet eens het ironische niveau van camp kon bereiken – ziedaar het bepalende bestanddeel van de fascistische esthetica. Curieus genoeg is niet finalis de gedroomde bewoner van het nostalgische fantasialand, maar juist iemand met wie hij een moeizame relatie onderhoud: de homo nobilis die hij niet zelf is. Finalis beleefd zijn restauratieve nostalgie alsof hij tegen zijn wil finalis is, alsof de verlossing van zijn lijden gelegen is in het herstel dat hem overvalt bij terugkeer. Maar niets is minder waar, en zijn dwaze fantasie over zichzelf is zijn grootste vijand. Hij is immers geen slachtoffer, maar dader, en zijn toestand is zowel een overgangstoestand als zijn eigenlijke daad.
Nobilis is geen pestdokter die kan worden ingezet tegen de ziektes die finalis teisteren, evenmin is hij in staat finalis te bevrijden van zichzelf of van de slapstick van de wreedheid die finalis omgeeft. Finalis zet hem soms in als compensatiestrategie, zoals Marie-Antoinette het hofleven dacht te kunnen ontvluchten in de bucolische onschuld van het landelijke gehuchtje dat verscholen lag op het landgoed van Versailles. Maar al speelde ze daar herderinnetje, de schapen die er rondliepen werden geparfumeerd om de pastorale idylle niet met stank te verstoren. Schijn-nobelheid is een onontkoombaar bijproduct van de finale wereld, een herinnering voorbehouden aan gepriviligeerden.

The text above is part of a preview of a book (in progress) by Leon Dessau, titled Homo Finalis.
More info on the mainpage.
Unless indicated, all imagery on this site is AI generated, prompted in 2025 by Leon Dessau
Images: creative commons / copyright on text by Leon Dessau

Posted in