2026 januari 21

[HF20260122:het-finale-succes]
Homo finalis wil telkens opnieuw bewijzen of bewezen zien dat hij geen oxymoron is, geen fletse eindmens, maar integendeel een bekroning, het sluitstuk van een lange evolutie die in hem tot een hoogtepunt komt. De luxe in zijn wereld bewijst het, zo meent hij. Tegelijkertijd -maar dat neemt hij dus niet waar- vertegenwoordigd hij niet zozeer het einde van sapiens, de ‘wijze’ mens, als wel een dieptepunt in elk streven naar wijsheid. Hij zou immers beter moeten weten. De weelde waarin hij zich wentelt (waaronder de omvang en toegankelijkheid van wetenschappelijke kennis) is historisch zonder precedent, maar hetzelfde geldt voor de verarming en vervuiling waarmee hij zichzelf en zijn thuisplaneet onteert. Finalis, rijkelijk voorzien van bitterzoete paradoxen, begroet zijn uitzichtsloze lot met precies het tegenovergetelde, namelijk alles dat de mentale bijziendheid dient, om te beginnen het maatschappelijk ‘succes’ of de professionele ‘carriere’, desnoods onder bekrachtiging van de zingevingsindustrie. Arbeid, niet het werk, is voor finalis essentieel, want het verdoofd hem; hij komt zijn tijd door in plaats van stil te moeten staan bij wat bestaan nu eigenlijk is. Daartoe creeert hij de noodzaak tot arbeid, terwijl die noodzaak wegvalt voor wie begrijpt hoe het creeeren van die noodzaak tot stand komt – in dat laatste geval moet hij zich overgeven aan de verdovingen van de leisure class, waaraan ook alleen de zeer sterken zich kunnen onttrekken. Die dubbele werking voorkomt dat hij te lang stil staat bij de verwoestingen die hij aanricht, de diefstal die hij pleegt op de generaties die na hem komen, zijn gebrek aan wijsheid en werkelijke levensvreugde. Niet dat hij ergens voor staat: hij hoeft alleen maar te presteren, liefst op niks af, zo lang het maar in meetbare termen is, als het even kan meetbaar in geld. Finalis weet dat die prestatie niet genoeg is. Mislukken en verdriet zullen hem blijven achtervolgen. Weggetjesweterij en sociale behendigheid beschermen hem niet tegen mislukken of verdriet, markplaats en slachthuis, de eenzaamheid in zijn niemandsland. Maar anders dan in het geval van homo nobilis is kunnen ademen bij hem geen thema, hij zoekt zelfs geen verlossing van wat hem achtervolgt. Verdovig is voor finalis voldoende. Dus klampt hij zich vast aan zijn vermeende succes, ook als die ten koste gaat van de planeet, de menselijke soort en zijn kijk op beiden..
The text above is part of a preview of a book (in progress) by Leon Dessau, titled Homo Finalis.
More info on the mainpage.
Unless indicated, all imagery on this site is AI generated, prompted in 2025 by Leon Dessau
Images: creative commons / copyright on text by Leon Dessau