2026 januari 2026

[HF20260122:finalis als avonturier]
Finalis heeft een afspraak met de toekomst, dat is zijn avontuur. Toch weet hij van geen vertrek en wil hij van vertrekken niets weten. Zijn ultieme liefde geldt het hier en nu, en in dat opzicht is hij hedonist. De wereld die hem omringt, is uit op de vernietiging van die liefde, want maakt die liefde tot een voorwaarde van zichzelf, ook dat weet hij. Tegelijkertijd is hij uit op de vernietiging van de wereld die hem omringt, maar hij weet niet hoe dat moet, tenzij via zijn updates van het nihilisme. In dit paradoxale zelf is Finalis zozeer de weg kwijt, dat hij al dolend zelfs de hoofdweg niet meer herkent.
De finale wereld verandert de liefde voor het hier en nu in twee kanten van hetzelfde fenomeen: de arbeidsmodus en de verslaving. In de arbeidsmodus is het werk niet langer belangrijk: er kan ook worden gearbeid zonder dat men aan het werk is of begrijpt waaraan men werkt. Wie aan het werk is, hoeft omgekeerd niet altijd aan de arbeid te zijn. De arbeid is een inspanning onder een opgelegd juk, terwijl wie werkt het juk draagt dat door het werk zelf geboden wordt – de toestand die voor kunstenaars gebruikelijk is. Een beeldhouwer kan bijvoorbeeld aan het werk zijn, terwijl hij uit het raam staart. Wie arbeid verricht, wordt echter niet geacht uit het raam te staren; dat privilege is voorbehouden aan zijn baas, die geacht wordt de juiste beslissingen te nemen. De arbeidsmodus schept evenwel een verdovende conditie: men kan de wereld en het bestaan in de arbeid al arbeidend vergeten, als het goed is. Dat is de schoonheid en het aantrekkelijke aspect van arbeid. Bovendien gaat aan elke voorbereiding op een feest arbeid vooraf: een feestmaal voor twintig personen of een sculptuur op zijn plek brengen veronderstelt nauwkeurige, vooraf bepaalde uitvoering, en dus arbeid. Wat de arbeidsmodus frustreert, is alles wat tegen die verdovende conditie ingaat. Diezelfde conditie is sterk verwant aan chemische middelen, zoals alcohol, die forceren dat men geheel in het hier en nu is. Ook dan wordt de liefde voor het hier en nu bediend, omdat de wereld en het bestaan vergeten of op zijn minst op afstand gehouden kunnen worden – hoewel deze manoeuvre voor de gedepriveerden in maatschappelijke onderlagen als een boemerang terugkeert, omdat de verslaafde aanloopt tegen de kosten van zijn verslaving. Zowel de verslaafde als de Finalis in arbeidsmodus doen zich in werkelijkheid voor als geketenden: hun avontuur is dramatisch beperkt door de conditie waarop ze zich hebben ingescheept.
Arbeid is echter ook de conditie voor de finale wereld: in de industriële wereld komt het vooral aan op de gedisciplineerde aanwezigheid van iemand die de machines bedient, of anderszins tegen betaling uitvoering geeft aan vastomlijnde opdrachten. Klantcontact, beheersing van het métier, en andere zaken uit oudere werelden zijn in deze werkelijkheid niet langer nodig. En na het gedane werk volgt niet het gemeenschappelijke feest, maar drank, of iets dergelijks, of een stapeling van dergelijke middelen. Finalis haat deze gang van zaken, maar kan niet anders. Hij weet dat hij zich geen alternatief kan voorstellen, en zo resta hem het schoppen tegen de muren van zijn gevangenis.
Het is nauwelijks de hoofdreden waarom hij het grotere avontuur mist waar hij deel van uitmaakt, maar het bepaalt zijn stemming. Bovendien is zijn liefde voor het hier en nu hem ontstolen en verandert door zijn eigen wereld, waar de toekomst een juk is dat gedragen kan worden, zodat de drager kan worden uitbetaald is een schijnvertoning van het hier en nu. Niets maakt finalis nerveuzer dan dit. Hij voelt zich een gevangene, maar weet niet waarvan en heeft nooit een oordeel horen uitspreken.
The text above is part of a preview of a book (in progress) by Leon Dessau, titled Homo Finalis.
More info on the mainpage.
Unless indicated, all imagery on this site is AI generated, prompted in 2025 by Leon Dessau
Images: creative commons / copyright on text by Leon Dessau