de volksmenner en de esthetische sensibilisering

[HF20260127:het-finale-laboratorium]
In zijn drang om te vernietigen, schiep homo finalis zijn grootste kunstwerk. De nucleaire doemsdagmachine die een onontkoombare vernietiging van alle leven op aarde inluidt, is slechts één aspect van de finale destructiedrang, maar zeker het meest opvallende deel van dat grote kunstwerk. Het actieve nihilisme dat eraan ten grondslag ligt, schiep behalve die technische megastructuur ook een artistieke tegenhanger in de vorm van een netwerk van musea, die het midden houden tussen plechtige tombes waarin de geest van een cultuur wordt vereerd (in deze branche zijn het Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen en het Guggenheim te New York mijn favorieten) en tentoonstellingsmachines die in staat zijn om de uitgangspunten van onze verbeelding te tarten en op scherp te stellen. Halverwege de levensloop van finalis werden de Kunstreligion en het Gesamtkunstwerk opgebouwd om vervolgens weer te worden afgebroken, om plaats te maken voor het esthetisch laboratorium dat pas goed in werking trad met de Dada-beweging.
In die historische omwenteling van het kunstbegrip (op zichzelf ambivalent, omdat er ook iets fundamenteels in verloren ging) ligt de grootste positieve bijdrage van finalis.
De sleutels van de mentale zelfbevrijding werden dáár door hem gesmeed: op het gebied van de kunsten. Filmkunst, architectuur, literatuur, beeldende kunsten: dankzij en ondanks finalis werden ze omgevormd tot wetstenen voor het denken zelf. De esthetische sensibilisering waartoe dit alles aanleiding gaf, reikt véél verder dan het museum. Ze stellen ons, bijvoorbeeld, in staat om volksmennerij te ontmaskeren. Volksmenners zullen dan ook hun uiterste best doen om daarvan af te leiden. In hun wereld is geen plek voor sensibilisering of artistieke vernieuwing: zij verraden zich door hun dédain voor de kunsten, en hun bewierroking van een enkele, meestal dode favoriet. Hun behoefte aan vlagvertoon en grandioze décors sluit aan op de ‘grootsheid’ van een voorbije tijd die nooit bestaan heeft. De volksmenner is immers altijd kopie. Daarom haat de volksmenner kunstenaars met een nog grotere hartstocht dan de zelfhaat die kunstenaars eigen is: uit zelfliefde. De ware kopiëst houdt alleen van de nabootsing en verdraagt het origineel niet. Hij veracht de vrijheid, zoals zovelen de vrijheid verachten, namelijk omdat ze er geen raad mee weten. Hier treffen de volksmenner en finalis elkaar als zielsverwant: ze erkennen de mogelijkheid van een nieuw begin niet. Voor beiden is dat nieuwe begin een nostalgische terugkeer naar wat nooit geweest is, getekend door een afkeer van de planetaire cultuur. Wat dit laatste betreft wreekt zich hier het door finalis veranderde kunstbegrip. Hij verondersteld, ten onrechte, dat kunst uitsluitend draait om sensibilisering, en dat die sensibilisering vooral ten doel heeft om een bepaalde identiteit te erkennen. Die zienswijze is zó armoedig en pathetisch, dat de vraag rijst of finalis wel de sensibiliteit in huis heeft om dat te zien.
The text above is part of a preview of a book (in progress) by Leon Dessau, titled Homo Finalis.
More info on the mainpage.
Unless indicated, all imagery on this site is AI generated, prompted in 2025 by Leon Dessau
Images: creative commons / copyright on text by Leon Dessau