en de triomf van de kopie

[HF20260201:de-vormloosheid-van-de-laatste-mens]
Finalis informaliseert en nivelleert. Terwijl het in feitelijke zin om een menstype gaat dat steeds welvarender werd, ontwikkelde zijn verschijningsvorm zich in toenemende mate nrichting eenvormigheid. De mal of matrijs (Engels: mold of mould; Duits: Matrize of Modell) waarin het vormloze geüniformeerd wordt, is het symbool bij uitstek van de naar uniformiteit neigende mens die finalis is: het geeft hem houvast, juist omdat hijzelf zo vormeloos is. De modelering zelf, richt zich naar het origineel als ‘maat’ (Latijn: modus), waarbij het origineel als ‘verloren vorm’ kan verdwijnen. Zijn modelering volgt de disciplinering waaraan hij onderworpen wordt, en finalis is bij uitstek het menstype dat onderwerpen is aan disciplinering of zo men wil zelfdomestificatie. Zijn vormgeving door de matrijs, feitelijk een pressie van buitenaf op vervormbaar materiaal, correspondeert met het plastic en de kopiën die zijn wereld vormgeven. In de beeldhouwkunst is het een gegeven dat de verkregen kopie altijd iets grover is dan het origineel, en dit geldt in versterkte mate voor finalis.
Het resultaat spreekt dat niet tegen: in een race to the bottom waarin alle decorum, protocol en etiquette overboord gingen, werd hij steeds meer slobby en zelfs mottig. De destructiedrang achter dit op zichzelf gerichte vandalisme is actief en niet slechts een zaak van onverschilligheid.
Wat finalis betreft, moeten het formele en het origineel op de proef worden gesteld tot er niets meer van over is. Het originel valt voor hem samen met het prototype en de crash-dummy: ze zijn slechts aankondiging van de kopie, en als in de techniek van de ‘verloren vorm’ envoudig overbodig testexemplaar. Finalis is dol op zulke exemplaren: hij zal eerst kijken of ze verwoest kunnen worden.
In zijn typische vorm is finalis zelf in het algemeen moeilijk om naar te kijken (bizarre vormloze kleding, obees, gebrek aan gratie in het algemeen, kortom de esthetiek en de clown) en ook zijn meest typische omgeving neigt tot lelijkheid. Finalis zwelgt zonder ironie in rotzooi, rommel, meuk, kitsch en junk. Het is niet dat hij kwaliteit niet herkent. Integendeel: culturele productie van hoge kwaliteit (waartoe zijn tijd wel degelijk in staat is) maakt hem afkerig of zelfs razend, tenzij het in voldoende mate in junkstijl gecamoufleerd wordt en als camp te genieten is. De reden hiervoor is niet financieel. Finalis wil eenvoudig niet dat er eisen gesteld worden aan zijn waarnemend vermogen, want dan gaat leven hem pijn doen of jeuken. De sfeer van voortschrijdend decorumverlies waarin finalis openlijk en schaamteloos blijkt, geeft van het feit dat hij zichzelf heeft opgegeven, valt niet samen met onaangepast gedrag. Integendeel: de omgeving van de finale mens communiceert hetzelfde gegeven dat niets ertoe doet. Lelijkheid is niet eenvoudig een esthetische ontsporing in de finale wereld, het is de norm waaraan finalis zich aanpast, een norm die hij nastreeft. Het is de hoogste streving van de finale wereld, omdat alleen lelijkheid en dus walging de leegte die hij oproept, maar niet verdraagt, verteerbaar maakt. Omdat lelijkheid flirt met het ongecultiveerde ‘wilde’ en ‘rauwe’, suggereert het bovendien dat er nog restgebieden zijn, reservaten waar de wereld nog wel intact is. Die restgebieden zijn alleen toegankelijk onder voorwaarden. De toegang tot de finale eilanden van gelukzaligheid (waar het leven nog als ‘rauw’ en ‘wild’ genoten kan worden) is exclusief, aan hun entree hangt een prijskaartje. Toch is het niet moeilijk zulke reservaten als esthetische ontsporing te begrijpen. Ze houden de schone schijn op dat er zoiets als een intacte aardse ambiance eenvoudig voortbestaat. Finalis hecht enorm aan die illusie. Is er iets verleidelijker op een planeet die langzaam verteert door misbruik en degeneratie?
De historische geboortegronden van finalis werden aangewezen door vroege industrialisatie, en feitelijk leeft men er in post-apocalyptische landschappen die soms de moeite nemen ‘natuur’ te imiteren.. Toch wordt vooral elders het beeld overeind gehouden dat men dichter bij de intacte aardse ambiance gebleven is, en als mens dus minder ‘beschadigd’ en vervreemd is geraakt, minder verdwaald in de reproductie. Niets is minder waar. In de finale wereld heeft decadentie grote hoogten bereikt: het is de wereld van het moedwillige zelfbedrog. Het zichzelf oplichten, zichzelf bedriegen en beliegen leek ooit een Europees voorrecht, maar dat is al lang niet meer zo. Elders is Europa op dit gebied inmiddels ingehaald of zelfs ruimschoots overtroffen.
The text above is part of a preview of a book (in progress) by Leon Dessau, titled Homo Finalis.
More info on the mainpage.
Unless indicated, all imagery on this site is AI generated, prompted in 2025 by Leon Dessau
Images: creative commons / copyright on text by Leon Dessau