[HF20260220:de_morele_chicane]

De Laatste Mens leidt aan een opvallend verstoorde verhouding tussen individu en collectief. In ruil voor het inleveren van de persoonlijke identiteit (de individualiteit) biedt de habitat van homo finalis een ruime keuze op de markt van identitaire Ersatz. Finalis leeft tenslotte niet langer in een gemeenschap, terwijl het kuddedier in hem nog altijd wakker is en ergens bij wil horen. Die tribale energie (het woord is van Peter Sloterdijk) kan menselijkerwijs altijd worden geabsorbeerd binnen verschillende vormen van hogere nutteloosheid, zoals de rivaliteit van het spel of een onbekommerde gezelligheid. Het finale niemandsland kanaliseert dezelfde energie anders: het politiseert de tribale energie door de feitelijke identiteit van het individu te vervangen door een identitaire, veronderstelde ‘ídentiteit’ van een zelden nauwkeurig omschreven groep die als politieke entiteit wordt voorgesteld. Een van de strategieën om dat te bewerkstelligen is de morele chicane, een drempel in de vorm van een moreel dilemma dat de aandacht afleidt van grotere, institutionele en structurele dimensies. In de wegenbouw is een chicane een kunstmatig obstakel om de snelheid uit het verkeer te halen, maar in de vestingbouw was het een dermate lastige toegangsweg naar een vestingpoort of verdedigingstoren dat de aanvaller niet kon naderen zonder zichzelf in een kwetsbare positie te brengen. Aan de hand van dezelfde dynamica presenteert de morele chicane collectieve, publieke en bestuurlijke kwesties als persoonlijke zaken op het gebied van moraal, zelfbeeld en zelfrepresentatie, bij voorkeur op die drie gebieden tegelijk. De finale truc: bekleders van openbare ambten verplaatsen hun verantwoordelijkheden naar het onmachtige individu dat geen ambtshalve positie vervult, en maken dat individu zowel medeplichtig als eindverantwoordelijk. Individuen die buiten de normatieve chicane vallen, zien zichzelf gepresenteerd als behept met een individueel aanpassingsprobleem. Niet de precieze toekomstige verandering staat bij haar voorop, maar de schuldtoewijzing en het slechte geweten. In dat laatste verraadt de morele chicane haar religieuze (abrahamitische) herkomst: het gaat om zondebesef, schuld, boetedoening en aflaten of aalmoezen, kortom zaken die zowel in persoonlijke als collectieve variant bespeeld en gepolitiseerd kunnen worden.
Een klassiek voorbeeld dat finalis al langere tijd achtervolgt, is de morele chicane van het zaligverklaarde vlees. De geïndustrialiseerde veestapel en visvangst en hun gevolgen afwijzen kan volgens die chicane moeiteloos op individuele grondslag, namelijk door de tekortkomingen ervan te reduceren tot een persoonlijke moraal die zich zou moeten tonen in veganisme of het bestrijden van de jacht en de slacht in het algemeen en de bushmeat en corrida in het bijzonder. Wie bezwaren heeft tegen de vleesverwerkende industrie en haar vanzelfsprekendheden, wordt door de morele chicane gewezen op het dragen van leren schoenen. Het morele chicaneren is gerechtigd alleen onder haar eigen voorwaarden een persoonlijk standpunt. Een andere politiserende strategie kent aan opinies immers een hoger gewicht toe dan de feiten. Meer nog: de morele chicane gaat steeds over wie wel of niet deugt, en het is daardoor bij uitstek een instrument van de Groene Khmer, een politieke aberratie die door grote bedrijven in leven werd geroepen om zichzelf te verdedigen tegen institutionele regelgeving en controle. Bij voorkeur berecht de morele chicane personen uit het verleden die niet meer in staat zijn zich te verdedigen, zoals dat tijdens de Franse Revolutie gebeurde met de beschermheilige van de Franse hoofdstad, Sainte Geneviève de Paris, die volgens de legende de Parijzenaren tijdens een hongersnood van voedsel voorzag en een aanval van Atilla de Hun op de stad afwendde. Een ruime maand nadat het hoofd van koningin Marie-Antoinette onder de guillotine viel, liet het revolutionaire stadsbestuur het gebeente van de heilige op de executieplaats Place de Grève verpulveren. De resten werden vervolgens zonder eerbetoon in de naastgelegen Seine gestort. Dat volgt de innerlijke logica van de finale moraalmens. Finalis gedraagt zich in zijn morbide omgang met de herinnering immers als een overwinnaar die volstrekt overtuigd is van de eigen superioriteit, terwijl hij heimelijk vecht tegen de vrees dat de tijd hem alsnog zijn plaats zou kunnen wijzen. Tijdens de pandemie van 2020 zagen we finalis opnieuw het identitaire programma van natie en ras tot hoogste agendapunt uitroepen. Op die positie stonden natie en ras al een eeuw. [1]
Het politieke bedrijf beantwoordde de pandemie ondertussen met een bizniz as usual dat de ontwrichtende existentiële oorzaken van de pandemie eenvoudig negeerde. De vijftig grootste economieën ter wereld reserveerden twaalfduizend miljard dollar aan reparatiemaatregelen, waarvan slechts 0,15 procent besteed werd aan ‘groene’ hervorming. [2] De economische gevaren van ecologisch mismanagement werden ondertussen steeds duidelijker. Van de ruim 1400 miljard dollar die de Nederlandse financiële sector in 2020 had uitstaan in leningen, aandelen en obligaties, bleek meer dan eenderde ‘in hoge mate’ afhankelijk van voldoende biodiversiteit.

Vooral als finalis dader is, identificeert hij zich als slachtoffer. Finalis lijdt aan zichzelf, maar hij geniet dit lijden (heimelijk, zelden openlijk), want onmacht uit overmacht ontslaat hem van enige verantwoordelijkheid of medeplichtigheid en verschaft zijn rancune en ressentiment prestige. Hij is zelfs bereid daartoe in concurrentie te gaan met anderen en een hiërarchie van leed aan te brengen, de geschiedenis omwille daarvan desnoods grondig te vervalsen, bijvoorbeeld door iedere verantwoordelijkheid of medeplichtigheid af te wijzen. Het slachtoffer claimt een groter stuk van de koek die onrecht heet, om daarmee de eigen rechthebbendheid op een groter stuk van de koek te versterken.[3] Ook langs die weg is de ethiek van finalis gestoeld op onhaalbare voorwaardelijkheid. Abstracte ‘rechtvaardigheid’ verschijnt hier als een pijnlijke, masochistische ijdelheid. De finale ethiek draineert persoonlijke onmachtgevoelens, rancune en ressentiment, en levert in het voorbijgaan excuses om zulke werkingen van de geest om te zetten in woede die zich op projecties richt, waarbij iedereen moet weten dat men zelf aan de ‘goede’ kant staat. Alles en nog wat belandt in één pot, verdacht gemaakt als het kooksel van één vijandig kamp. In werkelijkheid staat finalis daarbij letterlijk aan de kant, speelbal van de eigen onmacht om doel en richting in de dingen te zien. Finalis betrekt immers alles op zichzelf en vonnist de wereld dienovereenkomstig.


1. Horch, sie ziehen ins Feld / Und schrein “Für Nation und Rasse!” – klonk Hans Eisler’s Der heimliche Aufmarsch in 1930
2.Bloomberg News, 6 juni 2020
3. De Oostenrijkse onderzoeker Kathrin Bachleitner, die deze ‘hiërarchie van lijden’ vaststelde, stelt dat langs die weg juist de grondslag wordt gelegd voor nog meer conflict en geweld. 1.
Zie: Benjamin Duerr in De Groene Amsterdammer, nr 08/2026

The text above is part of a preview of a book (in progress) by Leon Dessau, titled Homo Finalis.
More info on the mainpage.
Unless indicated, all imagery on this site is AI generated, prompted in 2025 by Leon Dessau
Images: creative commons / copyright on text by Leon Dessau

Posted in