[HF20251028-1111:finalis_als_raadsel]

Finalis zou verontwaardigd moeten zijn omdat hij niet verontwaardigd genoeg is, waar het gaat om de wereld waarin hij zich bevindt. Hij zou onthutst moeten zijn, omdat het hem allemaal niet lijkt te raken, niet oproept tot betrokkenheid. Dat kan ook niet anders, want hij staat wel degelijk perplex over zijn positie in de wereld. Zijn afgestomptheid en gebrek aan verontwaardiging komen immers voort uit een overdosis gewenning, berusting en afkeer. Bovendien hebben uitgerekend de mensen die iets zouden kunnen veranderen daar geen reden toe, omdat juist zij profiteren van de wereld die ze verwerpen. Wat gevoelloosheid lijkt, is dus in werkelijkheid hulpeloosheid vanuit onmacht. Waar Finalis zich naar eigen oordeel zorgen maakt, zien we in werkelijkheid achteloosheid en zelfliefde: hij voelt zich verstoord en wijst de verstoring af. Wat Finalis vervolgens rest, is het verlangen naar amusement, spektakel en ontsnapping. En toch, waar hij het evangelie van de ontspanning aanvaardt of zelfs preekt, gaat hij tot het uiterste om zichzelf en zijn wereld op de proef te stellen. Hij is zichzelf een raadsel, en dat steekt hem, maar van dat laatste wil hij niet weten. Het finale spektakel is hij immers zelf, en hij is te vol van zichzelf om daar niet volkomen in te verzinken.
Om dat raadsel dichter te naderen: de grond van het karakter van de finale zelffascinatie is technologisch van aard. Finalis verdwaalt als een narcist in de spiegels die de technologie te bieden heeft. Een tragisch historisch voorbeeld hiervan is China’s laatste keizerin, Cixi. In haar regeerperiode werd de Ziqiang jundong (de Chinese ‘zelfversterkingsbeweging’ om de traditionele cultuur in te bedden in westerse technologie, en zo te beschermen) onderuitgehaald door het westerse imperialisme, terwijl keizerin-regentes Cixi zelf gefascineerd raakte door haar keizerlijke verschijningsvorm, zoals vastgelegd in de technologisch innovatieve westerse beeldtechnologie, de fotografie. Cixi was zichzelf tot raadsel, maar zocht juist op het snijvlak van technologie en representatie (of zo men wil identiteit) een antwoord op dat raadsel.
De verwarrende botsing tussen actualiteit en representatie die aan die technologische extase ten grondslag heeft gelegen, lag ook ten grondslag aan de al even verwarrende verschijning van een keizerlijk theehuis-paviljoen, volgens haar wens gebouwd aan de oevers van een kunstmatig meer. Het extravagante bouwwerk in de vorm van een afgemeerde rader-stoomboot met Chinese en westerse architectuurelementen representeerde wel degelijk het trotse zelfbeeld van de late Qing-dynastie, maar werd betaald uit gelden die bedoeld waren voor het versterken van de keizerlijke marine, waarvan de hymne onverstoorbaar de sublieme sereniteit van de dynastie bezong.

Posted in