De finale remedie: vakantie nemen van jezelf

[HF20251214-17-31:finalis_als_zelfhulpkonijn]

Als we afdalen op huidniveau zien we een homo finalis die verdrinkt in zichzelf, in zelfhulp-obsessies, in spiegels die hem moeten leren zichzelf te verdragen. Dat is iets anders dan een mens die zichzelf verachten kan en boven zichzelf uit wil stijgen omdat menselijk leven voorschrijft dat je je ontworsteld aan de beperkingen van je persoonlijke verleden, achtergrond, identiteit, milieu. Toch laat finalis zichzelf graag trainen en hervormen, en zelfs wortels aanmeten. Hij wil immers ook echt de gelovige zijn die hij wil zijn: hij wil kunnen geloven in zichzelf. Nu God niet langer bestaat, is hij de radicale humanist van de nieuwe kerk die persoonlijk ‘succes’ nastreeft, volgens maatstaven die hun religieuze bodem en ondergeschiktheid aan het kapitalisme nauwelijks verraden. Voor zover finalis daarin niet geholpen kan worden, helpt hij zichzelf door middel van de zelfhulpindustrie die daarvoor werd opgetuigd. Die industrie draait om de aanpassing aan het kerklidmaatschap. Dan gebeurt er iets wonderlijks: finalis past zich inderdaad aan, en verandert in een hoogst aaibaar dier met lange oren. Hij begint de wereld immers beter te verstaan en wordt nog meer een prooi van slimme vossen met verstand van wortels. Het probleem voor het zelfhulpkonijn is immers dat hij nauwelijks iets leert over zijn grootste zwakte, namelijk de zelfsabotage, het zichzelf in de weg zitten, in dit geval door louter aanpassing, adaptatie aan een vijandig gezinde habitat die zichzelf afficieert als voedzame biotoop. Hij is prooidier, maar dat ziet hij niet zo. En wat voor finalis niet bestaat, kan eenvoudig worden afgeschaft, en bestaat dan niet meer. Bijvoorbeeld: ondanks VN-rapportages die wijzen op het bestaan van tientallen miljoenen mensen die leven in een toestand van slavernij, gelooft finalis dat de slavernij inmiddels is afgeschaft. En hij meent dat zelfs te moeten vieren – wat ook een vorm van carnavalisme is. Dat het zelfhulpkonijn prooi is van de zelfhulpindustrie, demonstreert een soortgelijke, verwante inconsistentie, of noem het argeloosheid.
Het is niet zo dat finalis in dit geval in een konijn verandert, zoals de hoofdpersoon in Kafka’s Verwandlung verandert in een gigantische tor. In zijn metamorfoses is finalis steeds oppervlakkig, maar dat werkt prima voor hem. Als hij zich kleedt als een Tiroler, voelt hij de bergen, want in wezen is hij carnavalist, zoals alle mensen die in een identiteit geloven, en dus ook nuchter dronken zijn van de wereld. De mens zonder identiteit wordt immers gedwongen te geloven in het bestaan van identiteiten. En zoals dat met geloof gaat: wie eenmaal een echte identiteit ervaart, is liever zonder – wat overigens, iedereen begrijpt het, via een omweg ook een narrig pleidooi is voor het carnavalisme, de mombakkeserij, de travestie en meer in het algemeen de saturnalische geest van de vlucht uit de identitaire beknelling. Het zelfhulpkonijn is ongevoelig voor dit soort overwegingen: het laat zichzelf zelfs wijs maken dat het wortels heeft. Er is voor de mens geen sterkere manier van zelfdomesticatie denkbaar, dat de idee wortels te hebben, geworteld te zijn. Alleen de ontwortelde verlangt naar wortels – ook die illusie geeft vorm aan een vrijwillige onderwerping.
Als zelfhulpkonijn is finalis even zichzelf èn de wereld meester. Want die intuïtie bereikt hem wel degelijk: hij moet eerst meester over zichzelf worden en zijn. Het probleem is echter dat de wereld niet meegaat in zijn zinsbegoocheling, en hem de rest van de tijd meester blijft. Finalis staat die pijnlijke gang van zaken gewillig toe, als dociele parttime-rebel en brave carnavalist. Zoals in het Romeinse feest ter ere van Saturnus mag de wereld dan wel even op z’n kop staan (bijvoorbeeld: de meester dient de slaaf, de slaaf wordt voor even baas over zijn meester, wat de altijd geile Catullus de ‘beste dagen’ vond), maar na de omgekeerde wereld dient ook de oude orde weer terug te keren, te worden hersteld. De omkering was slechts een bevestiging; de identitaire buitenkant deed ondertussen niets af aan de feitelijke identiteit. Finalis neemt immers voortdurend vakantie van zichzelf. Het mensenrecht op vakantie is als het ware zijn levensader, dus neemt vooral veel, vaak en voortdurend vakantie van zichzelf. Bijvoorbeeld door interessant te doen over al dan niet vermeende roots (het mensenrecht op wortels dat de mens door de starheid van de natuur niet gegeven werd) terwijl hij steeds meer acteert als wereldburger en de stamrituelen prijsgeeft aan het mensenrecht op ontworteling door ze met de communicatiemiddelen van de 21ste eeuw te delen en te archiveren. Finalis verwart het hebben van een identiteit immers met de noodzaak te streven naar het verwerven van erkenning. Die erkenning moet dan wel van buiten komen. Finalis ontbeert immers de soevereiniteit die nodig is om zichzelf te kunnen erkennen, want dan moet hij zichzelf kunnen verachten.
Finalis kan ook vakantie van zichzelf nemen door het pak van het zelfhulpkonijn aan te trekken.
Er moet dan wel een handige rits in het pak zitten, want de enige radicale beslissing waartoe hij in staat is, is dat hij steeds de deur openlaat als hij een drempel overgaat. Hij neemt zelfs de sleutel mee, en draagt die als een amulet om zijn hals. Niemand ontneemt finalis zijn finale onvrijheid. Geef finalis een kooi met een open deur, en hij blijft terugkeren naar zijn zelfgekozen gevangenis, zijn door aanpassingsvermogen gecreëerd vals zelfbeeld, zijn nooit toegegeven afkeer van een wereld waarvan hij wil dat die hem accepteert als een waardevolle bijdrage – onder condities die hij veracht, zonder die verachting toe te kunnen geven. Want voor het laatste ontbreekt hem de zelfverachting.

The text above is part of a preview of a book (in progress) by Leon Dessau, titled Homo Finalis.
More info on the mainpage.
Unless indicated, all imagery on this site is AI generated, prompted in 2025 by Leon Dessau
Images: creative commons / copyright on text by Leon Dessau

Posted in