God heeft 99 namen, maar de mens is hard op weg hem in te halen.

[HF20260228:de-laatste-mens]
Het Bulletin of the Atomic Scientists, dat in 1948 door Einstein in het leven geroepen werd om de atomaire bewapening te monitoren, stelde op 28 januari 2026 dat de mensheid als nooit tevoren het punt genaderd is, waarop de aarde voor de mensheid onleefbaar is geworden. Inderdaad lijken we ieder jaar sneller af te stevenen op de totale ineenstorting van het ecologische en institutionele draagvermogen van onze wereld, dat wil zeggen de plek waar diersoort sapiens de planeet ontmoet – alsof sapiens niet zelf een onderdeel is van de aarde. Voor wie bekend is met westerse tradities, is dit slechts één van de vele edities en feuilletons van een eeuwenlange obsessie met de wereldondergang. Behalve de theologische vorm (de apocalyps) kan het einde van de wereld zich vertonen als geo-, epidemo-, eco-, of toxicologisch fenomeen. Of als uitvloeisel van nucleaire, interplanetaire of zelfs galactische rampspoed. In de collectieve westerse verbeelding blijft er altijd wel een groep mensen of één getuige over: de uitverkorenen die het paradijs beërven, de voorbereidde groep die overleeft in schuilkelders, of de stakker die, als in Mary Shelley’s The Last Man uit 1826, als laatste overblijft en terecht komt in een soort van omgekeerde robinsonade. Enkele decennia later dan Shelley’s boek, en na de publicatie van Charles Darwin’s evolutietheorie, benaderde de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche deze eeuwenlange westerse obsessie met de wereldondergang vanuit een geheel andere invalshoek. Hij schetste in zijn ‘Also sprach Zarathustra‘ een toekomstig menstype dat hij de ‘Uebermensch‘ noemde. Diens tegenhanger is ‘de laatste mens’, hier homo finalis of kortweg finalis genoemd. Die naam echoot niet voor niets de wetenschappelijke naam voor ‘mens’. De Zweedse botanicus Carolus Linnarus (Linnaeus) publiceerde in 1758 de tiende en laatste editie van zijn Systemae Naturae, waarin de mens voor het eerst een wetenschappelijke naam en een wetenschappelijke plek in de dierenwereld kreeg: de soort homo sapiens. Linnaeus deelde de levende natuur in in soorten (species) en ondersoorten, en volgens deze logica bestonden er ook ‘type-exemplaren’. De International Commission on Zoological Nomenclature besloot in 1959 om Linnaeus aan te wijzen als ‘referentie-exemplaar’ van de soort homo sapiens. En het moet gezegd worden: als er één exemplaar aan te wijzen is, dat model kan staan voor homo finalis dan is het de Noordwest-Europese man (of noem hem enigszins misleidend WASP) die kwam te leven in een geïndustrialiseerde, kunstmatige wereld die vooral kon bestaan, en sinds de dertiende eeuw tot leven kwam, vooral dankzij de delving van fossiele brandstoffen zoals turf, kolen, olie en gas.
In augustus 1881 opende in Parijs de eerste Internationale Electriciteitstentoonstelling in een enorm ‘industriepaleis’ aan de Champs-Élysées. Hier begon een ware revolutie. Een comité vergeleek de verschillende prototypes van gloeilampen die er te bewonderen waren en koos voor het ontwerp van Edison. De wereld was destijds al vertrouwd geraakt met een andere toepassing van elektriciteit: de telegrafie. In Duitsland wordt diezelfde zomer volgens planning een netwerk van telegraaflijnen voltooid, waaraan dan vijf jaar is gewerkt. Het aanvankelijke bovengrondse netwerk bleek kwetsbaar en verre van onderhoudsvrij, en het verschil tussen ondergronds en op palen aangelegd netwerk zal nog langer dan een eeuw het verschil tussen ‘de beschaafde wereld’ en de periferie bepalen. Eén van die perifere gebieden lijkt de Oberengadin, een alpengebied in het midden van de grote Europese waterscheiding in drie richtingen: richting Zwarte Zee, de Noordzee, en de Middellandse Zee. Toch is de Oberengadin, ondanks zijn ogenschijnlijk afgelegen ligging, dan al bijna drie decennia lang aangesloten op telegrafie. En geliefd bij een vroege vorm van het ras ‘toerist’. De afgelegenheid is dus betrekkelijk. Het is hier, aan de oorsprong van de drie grote Europese waterscheidingen, dat een Duitse filosoof in dezelfde maand augustus langs de oevers van een langgestrekt bergmeer wandelt en een ‘piramidale’ steen aan de oever van de Silvaplanersee ziet liggen. Daar komt hem een grote gedachte die hij samen met de (aan Mainländer ontleende) gedachte aan de dood van God, zal verpakken in een andere grote gedachte, vervat in een uiterst ongebruikelijk boek met de titel Also Sprach Zarathustra.
Het boek kan niet begrepen worden zonder de historische context, ook al lijkt de inhoud daar ver boven te zweven.
Het bestaan van homo finalis is ingebed in een wereld vol tastbare attributen en heeft talloze mentale aspecten. Toch is finalis vooral een historische gestalte. Vóór alles is hij motorist, diep verbonden met de opkomst en heerschappij van vooral technologiën die, hoewel meestal mechanisch, zijn gebaseerd op de eindige beschikbaarheid van delfstoffen en fossiele brandstoffen, dat wil zeggen de aanwezigheid van de resten van vergane aardse organismen, en de ontginning van hele aardlagen. Finalis staat ook bij Nietzsche niet louter voor destructie en verdwijnen, maar voor transitie en transgressie. Finalis vernietigt alle oude begrenzingen, maar hernieuwt daarmee ook het oriëntatievermogen. Terwijl de Uebermensch tot de mens staat ‘als deze tot de aap‘, is de ‘laatste mens’ het menstype dat ‘overwonnen’ moet worden. Het helpt, als we finalis daarom beter leren kennen.
Beide menstypen, finalis en de Uebermensch werden door Nietzsche in grove vorm neergezet en niet uitgewerkt. Want natuurlijk kon de metafoor ‘Uebermensch’ als aansporing verstaan worden, maar waar lagen dan de scharnierpunten tussen historische werkelijkheid en kennelijke moraal? Hoe werkt de hoofdklem die onze onmacht en onmachtgevoelens bepaald, waar het gaat over de mogelijkheden die dit nietzscheaanse toneel te bieden heeft? Een geschenk is ondertussen, dat we bijna anderhalve eeuw na Nietzsche’s Zarathustra een veel breder en dieper beeld kunnen hebben van wat en wie finalis is – in weerwil van de geijkte beelden waarin een postapocalyptische wildernis verschijnt, voorzien van autokarkassen en schroot, overwoekerde betonruïnes en verlaten industriële landschappen. De reëel levende finalis laat zich ondertussen de ondergang van zijn wereld niet zomaar afpakken: hij leeft de apocalyps. Zijn geheim, voor hemzelf ontoegankelijk: hij bewerkstelligt de ondergang van zijn eigen wereld, omdat hij ondanks zichzelf werkt aan een naderend nieuw tijdperk dat hij feitelijk ontloopt, omdat hij de dictatuur van de aarde vreest. Voor dit menstype, in twee eeuwen tijds algemeen geworden en thans dominant over onze planeet, gelden woorden die door een onbekende Fransman werden genoteerd in 1771, ook al zou men ‘uitgemergeld’ inmiddels moeten vervangen door ‘obees’:
‘Deze weke, zichzelf bewonderende, uitgemergelde frutsels kunnen toch niet afstammen van de helden van Poitiers en Agincourt?’
Voor dezelfde homo finalis gelden ook de woorden van Henry James:
Zij vallen vooral op, doordat zij geen rekenschap afleggen in bewoordingen die reeds door het menselijk gebruik zijn geheiligd; woordeloos vormen zij waarschijnlijk, gezamenlijk, een monument dat zijn weerga niet kent; ondoorgrondelijk is het mysterie van wat zij denken, wat zij voelen, wat zij willen, wat zij menen te zeggen
De lezer treft in de kolom hieronder (of links) genummerde voorpublicaties van Homo Finalis, een werk dat het fenomeen homo finalis tot in detail beschrijft. Het portret levert een cultuurkritische benadering van het thans dominante menstype (homo finalis, dus) en hoe dat menstype blind is voor zijn historische positie als overgangsfiguur in een overgangstijdperk.
Vrees niet: het gaat goed met de laatste mens. Er valt zelfs wat te lachen.
Maar nu de wereld aan de vooravond staat van de AI-revolutie, dat wil zeggen immense veranderingen die hem zullen doen verdwijnen, is de vraag: wie is hij?
De antwoorden op die vraag kunnen ons behulpzaam zijn in het maken van de volgende stap.
The text above is part of a preview of a book (in progress) by Leon Dessau, titled Homo Finalis.
More info on the mainpage.
Unless indicated, all imagery on this site is AI generated, prompted in 2025 by Leon Dessau
Images: creative commons / copyright on text by Leon Dessau
Unless indicated, all imagery on this site is AI generated
Images: creative commons / © Leon Dessau 2025