en het nulpunt van het nihilisme

[HF20260228-0315:finalis-als-tragische-figuur]
Finalis heeft een voorkeur het zilveren licht dat schaduwloos zelfs de kleur uit de dingen trekt. Het is het licht uit het begin van de fotografie, maar ook het licht dat in Europa optreedt wanneer de zon verdwijnt in een laaghangende, mistige bewolking of wanneer saharazand op grote hoogte het zonlicht blokkeert. Het is een licht dat mensen en dingen in de tijd doet stollen en bevriezen, alsof ze eigenlijk niet echt zijn, maar dus ook het schaduwloze licht dat over de dingen komt wanneer de rivieren van de dood en de vergetelheid ineenvloeien. De acute, directe oriëntatie van de dingen op een lichtbron is weggevallen.
Homo Finalis is onmachtig om de eigen tragiek te begrijpen, mede omdat hij zijn blik achterwaarts richt, zonder zijn schaduw te willen zien. Hij accepteert slechts een verbeeld verleden, en gaat de actieve verbeelding uit de weg door genoegen te nemen met de passieve consumptie van de restanten van zijn vroegere, defensieve verbeeldingskracht. Finalis meent tegelijkertijd uit het verleden te zijn weggevlucht. Het verleden is dus nog slechts een schaduw die hem achtervolgt.
De tragiek van finalis is, dat hij, hierin zowel dader als slachtoffer, niet ziet in welk licht hij zichzelf plaatst en beweegt. In plaats van zichzelf binnen het grotere geheel te kunnen plaatsen, ziet hij niet langer hoe dit geheel tot stand komt, of wat het samenbindt. De wereld atomiseert, valt uiteen in gelijke delen, overeenkomstig de manier waarop ze met hetzelfde soortelijke gewicht op de geldstroom drijven. Dus leeft hij aan de oevers van het punt waar die laatste rivier samenvloeit met de eerder genoemden. Daar betrekt hij zijn verbeeldingskracht op de enige zon die hem nog rechtstreeks licht verschaft, namelijk de vraag: ‘Wat heb ik eraan?’, ‘Wat brengt het mij?’, ‘Wat zit er voor mij in?’
Het nulpunt van elke mijl die door het nihilisme werd en wordt afgelegd, begint daar.
Dat finalis alles op zijn hoogstindividuele zelf betrekt, lijkt zelfvergroting te bewerkstelligen, maar schijn bedriegt: het tegenovergestelde treedt op. Hij kleineert niet alleen zichzelf in die blik, maar alles. Niet alleen zijn betrekkingen met de wereld geeft hij ermee op; hij geeft ook zichzelf er mee op. De mens die zich terugtrekt in een zelfverkozen isolement is dezelfde als de shopper die zich verliest in het consumentenparadijs: de vermeende superioriteit waarmee de ene soort zich verheft boven de andere is gelijkoorspronkelijk. De heremiet is niet minder cynisch en nihilistisch dan de shopper, ook al is die laatste misschien geloofwaardiger in de manier waarop hij gestalte geeft aan de leugen die hij is. De feitelijke wereld bevindt zich buiten hun beider schaduwloze realiteit.
The text above is part of a preview of a book (in progress) by Leon Dessau, titled Homo Finalis.
More info on the mainpage.
Unless indicated, all imagery on this site is AI generated, prompted in 2025 by Leon Dessau
Images: creative commons / copyright on text by Leon Dessau