Boven: AI-image van een rozentuin, ontworpen voor het Witte Huis, op 11 januari 2026 Leon Dessau

[20251109–20260426:de_parafrase_als_finale_stijlfiguur]

Het modernisme bestrijdt het chaotische, inconsistente, en probeert door vorm samenhang te brengen, ‘hoewel de werkelijkheid eindeloos en op een onthutsend creatieve wijze ons voortdurend van het tegendeel wil overtuigen.’ Die drang tot zuivere orde wordt, meende de eigenaar van die opmerking*, ingegeven door angst, namelijk ‘de angst dat de wereld uit elkaar dondert, onsamenhangend, chaotisch wordt.’ In de architectuur werden voorbeelden van diezelfde modernistische drang geleverd door het Rietveld-Schröderhuis dat destijds aan de rand van Utrecht verrees, maar ook het Wittgensteinhuis in Wenen en Frank Lloyd Wrights meesterwerk Fallingwater. Op die plekken blijkt het modernisme een sociaal privilege, waar de sociaal gedepriveerden nu juist genoegen moeten nemen met inconsistentie en een gebrek aan bewustzijn en richtingsgevoel.
Hoewel tijdgenoot van dit elitaire purisme, voelt homo finalis zich juist thuis in die chaos en inconsistentie. Die beschermen hem immers tegen de pijn van het besef dat de wereld samenhang verliest. Hij ontloopt en verdoofd liever de zaken die hem bedreigend voorkomen: vragen moeten stellen, zichzelf ondervragen en richtingsgevoel. Als finalis zich aan regressie lijkt over te geven, dan gaat het juist om de blinde stap voorwaarts, kicking the can. De modernistische stijl kan citeren en collageren, maar de favoriete stijlfiguur van finalis ontbindt alle achterliggende ambities door te parafraseren, en daarmee iedere stilistische zuiverheid te persifleren.

Anno 2025 komt de stand van AI-beeldproductie overeen met dat proces, dat ook ten grondslag lag aan het ontwerp van de Europese munteenheid. De feitelijke historische aanleidingen en randvoorwaarden die het bouwen of ontwerpen funderen, doen er in de parafrase niet meer toe: de dingen zijn er niet langer om historisch of anderszins qua intentionaliteit leesbaar. Intenties, aanleidingen, motieven, oordeelsvorming, genius loci, leesbaarheid, culinaire verfijning of zinnige kunstkritiek: in de finale wereld doet het er allemaal niet langer toe. Het enige wat ertoe doet, is de saus, dat wil zeggen het verkooppraatje van de sausmeester en de duidelijk herkenbare smaak van de homogeniserende saus. Onder die saus bevindt zich een wereld die steeds meer van hetzelfde is, en de saus moet die nivellering maskeren. De ware sausmeester is iemand als Donald Trump, de meest schaamteloze politicus sinds de uitvinding van het exhibitionisme.

De staatsbalzaal van Trump (White House State Ballroom), ontworpen in de neo-historicistische beeldtaal van McCrery Architects, parafraseert een imperiale balzaal, waarmee het nogal ostentatief de imperiale ambities etaleert die de Verenigde Staten steeds gekoesterd hebben, maar niet waagden te etaleren. De moed van Trump is echter de moed van de wanhoop: de Verenigde Staten zijn bezig afscheid te moeten nemen van hun positie als hegemoon, en men weet het. Het Macchiaveliaans raffinement dat de positie bestendigde, heeft Trump beeïndigd en vervangen door beedvorming.
Trumps ballroom wordt zelfs niet door hem gelezen als een articulatie van macht: hij had het na een aanslag over ‘Vandaag de dag hebben we beveiligingsniveaus nodig die waarschijnlijk nog nooit iemand eerder heeft gezien‘*. Een overheid die reactief gefixeerd is op veiligheid, etaleert uiteraard onmacht.

Bijna terloops poneert de balzaal een ultiem neoliberale, oligarchische belediging van het tocquevilliaans-democratische gehalte van de Verenigde Staten de presidentiële residentie binnen. De staat betaalde er immers niet eens voor.*** Trump’s balzaal is één van de vele vormen van gepast afscheid van finale illusies, waaronder het idee dat efficiency en afkeer van oligarchie er ooit toe deden in het systeem dat een Trump mogelijk maakte. De balzaal is bovendien niet zomaar regressief, maar een binnenstebuiten gekeerde vorm van brutalisme. Waar de vormentaal van het brutalisme nadrukkelijk brak met bouwkunstige conventies, en ruw beton (beton brut) inzette, zogenaamd vanwege de lage productiekosten en meegaande vorm, ging het om iets anders. In hun meest uitgesproken vorm lijken brutalistische gebouwen de bezoeker of gebruiker slechts te tolereren: het gebouwde verschijnt als natuurkracht, zoals in de bunkerbouw of in het Palazzo Pitti. Daarmee spreekt het ook de taal van het natuurlijk gezag dat eigen zou moeten zijn aan elke publieke ruimte.
De Trumpzaal heeft niets van dat alles. Het is weinig meer dan een manierlijke conferentiezaal van een groot hotel, niet minder wezenloos dan Trump’s verstening van de rozentuin.
Finalis gelooft niet in zijn wereld, en dus voelt hij zich thuis in het zielloze en ontzielde, zijn natuurlijke habitat. Hij kopieert slechts.

*) Willem Brakman in 1979 in een vraaggesprek
**) Trump op 26 april 2026, na een aanslag tijdens het Correspondent’s Diner.
***) Na onder druk te zijn gezet door Associated Press, gaf het Witte Huis op 22 oktober 2025 opening (als eerder toegezegd) over de bedrijven en particulieren die hadden gedoneerd voor de bouw van de balzaal, zonder bedragen te noemen. Een week later, op 1 november, wist The New York Times niettemin te onthullen dat een aantal donoren niet waren genoemd op de lijst, omdat ze, zoals investeringsgigant BlackRock, belangen hadden die geraakt konden worden door zakelijke verwevenheid met de zittende regering. Een van de verzwegen donoren doneerde eerder, in 2024, honderd miljoen dollar aan de campagne voor de herverkiezing van Trump. De onthulling kwam middenin een shutdown en trok nauwelijks publieke aandacht.

The text above is part of a preview of a book (in progress) by Leon Dessau, titled Homo Finalis.
More info on the mainpage.
Unless indicated, all imagery on this site is AI generated, prompted in 2025 by Leon Dessau
Images: creative commons / copyright on text by Leon Dessau

Posted in